Veelgestelde vragen over productinformatie en levensmiddelenwetgeving

Vezels

Wat is “bron van vezel”?
 Het product bevat minimaal 3 g vezel per 100 gram product.

Wat is “rijk aan vezel”?
 Het product bevat minimaal 6 g vezel per 100 gram product.

Wat is een “verhoogd vezelgehalte”?
Het product bevat minimaal 3 g vezel per 100 g product en 30% meer vezel dan een vergelijkbaar product.

“Vezelwit” : welke vezelclaim mag gebruikt worden?
Voor Vezelwit mag de claim “rijk aan vezel” gebruikt worden, want Vezelwit bevat meer dan 6 g voedingsvezel per 100 gram brood.

“Vezelwit”: is het te vergelijken met volkorenbrood?
Vezelwit bevat 6,8 g vezel per 100 g brood. Volkoren brood bevat ook 6,8 g vezel per 100 g brood (nevo 2009). Omdat de claim “bevat evenveel als” niet is opgenomen in de bijlage van de claimsverordening, kan deze vergelijking niet gebruikt worden. Voor Vezelwit kan de claim: “rijk aan vezel” gebruikt worden.

“Prokorn VezelFit”: welke vezelclaim mag gebruikt worden?
Voor Prokorn VezelFit  mag de claim “rijk aan vezel” gebruikt worden, want Prokorn VezelFit bevat meer dan 6 g voedingsvezel per 100 g brood.
Voor Prokorn VezelFit mag ook de claim “verhoogd vezelgehalte” (of een claim van gelijke strekking) gebruikt worden,  want Prokorn VezelFit bevat minimaal 3 g vezel per 100 g brood en 30% meer vezel dan volkorenbrood. De claim is daarom uitgebreid naar “rijk aan vezel (bevat 40% meer vezels dan volkorenbrood)”. 

Welke soorten vezels zijn er?
In de Europese wetgeving is de definitie van voedingsvezel opgenomen: koolhydraatpolymeren bestaande uit drie of meer monomere eenheden, die in de  menselijke dunne darm niet verteerd en niet opgenomen worden.  Er zijn 3 categorieën:

  • eetbare koolhydraatpolymeren die van nature voorkomen in levensmiddelen zoals die worden geconsumeerd (bijvoorbeeld vezels in volkorenmeel en fruit);
  • eetbare koolhydraatpolymeren die langs fysische, enzymatische of chemische weg uit grondstoffen voor levensmiddelen zijn verkregen en een gunstig fysiologisch effect hebben dat door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt gestaafd (bijvoorbeeld inuline en tarwevezel);
  • eetbare synthetische koolhydraatpolymeren met een gunstig fysiologisch effect dat door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt gestaafd (bijvoorbeeld polydextrose).

Natrium en zout

Wat is “natriumarm”?
 Het product bevat maximaal 0,12 gram natrium per 100 gram product.

Wat is “zoutarm”?
  Het product bevat maximaal 0,3 gram zout per 100 gram product.

Wat is een “zeer laag natriumgehalte”?
Het product bevat maximaal 0,04 gram natrium per 100 gram product.

Wat is een “zeer laag zoutgehalte”?
Het product bevat maximaal  0,1 gram zout per 100 gram product.

Wat is “natriumvrij”?
Het product bevat maximaal 0,005 gram natrium per 100 gram product.

Wat is “zoutloos”?
Het product bevat maximaal  0,013 gram zout per 100 gram product.

Wat is een “verlaagd natrium gehalte”?
 Het product bevat minimaal 25% minder natrium dan een vergelijkbaar product.

Wat is een “verlaagd zout gehalte”?
 Het product bevat minimaal 25% minder zout dan een vergelijkbaar product.

Lactose en koemelkeiwit

Wat is “lactosevrij”?
Lactosevrij wordt gezien als voedingsclaim (vergelijkbaar met natriumvrij). Omdat lactosevrij niet is opgenomen in de bijlage van de claimsverordening, kan deze niet worden gebruikt.  

Wat is “koemelkeiwitvrij”?
Koemelkeiwitvrij wordt gezien als voedingsclaim (vergelijkbaar met natriumvrij). Omdat koemelkeiwitvrij niet is opgenomen in de bijlage van de claimsverordening, kan deze niet worden gebruikt.  

“Frutabase”: bevat het lactose?
Er wordt geen lactose toegevoegd aan Frutabase. Omdat het product wel melkeiwit bevat en melkeiwit van nature lactose bevat, is een geringe hoeveelheid lactose aanwezig (< 50 ppm in de mix, < 10 ppm in het aangemaakte product).
De bewering “geen lactose toegevoegd” kan worden gemaakt.

“Frutabase”: bevat het koemelkeiwit?
 Ja, Frutabase bevat 2% melkeiwit. 

Additieven en E-nummers

Wat betekent “clean label”?
Er is geen wettelijke definitie voor clean label.
De definitie van Zeelandia luidt: er worden geen E-nummers (additieven) vermeld in de ingrediëntendeclaratie van het eindproduct. Het product kan wel E-nummers bevatten die geen functie meer hebben in het eindproduct en daarom niet vermeld hoeven te worden op het etiket.

Wat betekent “E-nummer vrij”?
Er is geen wettelijke definitie voor E-nummer vrij.
De definitie van Zeelandia is: het product bevat geen E-nummers.

Brood en conserveermiddel

Wat  betekent “zonder conserveermiddel / conserveermiddelvrij” in brood?
Deze bewering valt niet onder de claimsverordening: het is geen uiting over de voedingswaarde of het effect van brood.  Maar de consument mag niet misleid worden met een dergelijke bewering. Omdat in standaard brood geen conserveermiddel is toegestaan leidt deze bewering tot misleiding van de consument. Voor standaard brood mag de bewering zonder conserveermiddel en/of conserveermiddelvrij dan ook niet worden toegepast.

Is het gebruik van conserveermiddel E200 (sorbinezuur) en E202 (kaliumsorbaat) toegestaan in brood?
In standaard brood zijn conserveermiddelen niet toegestaan. Er zijn enkele situaties waarvoor geldt dat sorbinezuur en kaliumsorbaat zijn toegestaan:
 brood en roggebrood, gesneden en voorverpakt (max. 2000 mg/kg);
 gedeeltelijk gebakken, voorverpakte bakkerijproducten bedoeld voor de kleinhandel  (max. 2000 mg/kg);
 brood met verlaagde energiewaarde bedoeld voor de kleinhandel (max. 2000 mg/kg).

Is het gebruik van conserveermiddel E282 (calciumpropionaat) toegestaan in brood?
In standaard brood zijn conserveermiddelen niet toegestaan. Er zijn enkele situaties waarvoor geldt dat calciumpropionaat is toegestaan:
 voorverpakt gesneden brood en roggebrood (max 3000 mg/kg);
 brood  met verlaagde energiewaarde (max. 2000 mg/kg);
 gedeeltelijk gebakken en voorverpakte bakkerijproducten (max. 2000 mg/kg);
 voorverpakt brood (1000 mg/kg).

AZO-kleurstoffen

Mogen AZO kleurstoffen worden gebruikt in bakkerijproducten?
Het gebruik en de maximale hoeveelheden van (AZO) kleurstoffen is geregeld via Warenwetregeling kleurstoffen in levensmiddelen. Vanaf 20 juli 2010 moet bij gebruik van AZO kleurstoffen in een product de volgende vermelding op het etiket worden aangebracht:

naam of E-nummer van de kleur(en): kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden.

 Het gaat hier om de volgende kleurstoffen:
 E110 – Zonnegeel,
 E104 – Chinolinegeel,
 E122 – Carmoisine,
 E129 – Allurarood,
 E102 – Tartrazine,
 E124 - Ponceau 4R.

Zeelandia werkt aan de vervanging van AZO kleurstoffen en daarbij is het grootste gedeelte van het standaard assortiment al omgezet. Vanaf 20 juli 2010 hoeft voor deze producten geen extra vermelding op het etiket of verpakking te worden aangebracht.

Vragen

Mocht u nog aanvullende vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met Zeelandia: afdeling productinformatie via 0800 0367.

Versiedatum: 25 maart 2010